Don Quichot 02 | kostbare flora en fauna

In het mooie Nederland waar we mogen wonen, werken en recreëren, bestaat er een flora- en faunawet. Deze wet is in het leven geroepen ter bescherming van het in wild levende planten- en diersoorten. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. 



Vergunningen
Zijn er ontwikkelingsplannen die mogelijk consequenties hebben voor flora en/of fauna, dan vraag je een omgevingsvergunning aan.
Bij restauraties van monumenten of het verbouwen van bestaande bouwwerken is er vaak flora en/of fauna aanwezig. Bij een enkele restauratie en herbestemmingsproject waaraan ik heb mogen werken vanuit ons bureau, zijn onderzoeken, aanvragen, planningen, uitvoeringsmaatregelen en (nieuwe) habitats gepleegd om de aanwezige flora- en fauna zo minimaal te storen. Projecten om trots op te zijn.

Bouwplanning aanpassen
Ik zal het even uitleggen. Wij kunnen namelijk veel betekenen voor het voortbestaan van de aanwezige bijzondere flora en fauna. Onderzoeken bewijzen vaak de aanwezigheid van beschermde planten en/of beschermde dieren. Als er bijvoorbeeld beschermende dieren zijn, kunnen de onderzoekers je helpen met het opstellen van een planning voor de uitvoering van de werkzaamheden. De uitvoerders respecteren dit en kunnen vaak met minimale middelen een habitat realiseren dat perfect aansluit aan de behoeften van de dieren.

Abdij Lilbosch
In de kapel van de Abdij Lilbosch is de planning van de restauratie afgestemd op de kraamperiode van de zeer zeldzame ingekorven vleermuizen. Er is zelfs tijdens de restauratieperiode een loopbrug aangebracht om ecologen de kans te geven de vleermuizen van dichtbij te observeren.
Geweldig toch?

Onze verantwoordelijkheid
Als ik door een stad loop en kijk naar een project in uitvoering, vraag ik me af of er wel een onderzoek is gepleegd om te achterhalen of beschermde flora en fauna aanwezig is. Jammer genoeg is zo’n onderzoek prijzig en vaak een reden om dit achterwege te laten.




Jij en ik zijn tijdelijk
Wij mensen zijn tijdelijk op aarde. We mogen met al onze bescheidenheid aan iets moois werken op deze aarde. Waarom kunnen we dan niet iets betekenen voor de natuur om ons heen? Wij verstoren de aarde al genoeg met onze aanwezigheid. Kijk alleen maar naar het plastiek overschot, drijvend op zee en zwervend op het land....

Doe iets en ga er alsjeblieft niet laconiek mee om. Alle kleine “beestjes en plantjes” helpen!

Zoals de titel al suggereert; wordt vervolgd.


al gelezen Don Quichot 01| Bouwhistorie? Reacties stellen wij op prijs!



Angelina Valleau
Bouwkundig tekenaar




Herbestemming; voortrekkersrol overheid ontbreekt

Nieuwbouwplannen naar prullenbak (vervolg op deel 1)

Na de gemeenteraadsverkiezingen
Na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2014 zijn in alle gemeenten onderhandelingen afgerond over welke partijen het gemeentebestuur (coalitie) gaan vormen en wie de verantwoordelijke wethouders zijn. De beleidsvoornemens zijn vastgelegd in coalitieakkoorden.
Van belang  is om vast te stellen of- en op welke wijze de steeds groter wordende problematiek van de leegstand van vastgoed binnen de beleidsvoornemens van de gemeenten geagendeerd is.

Inventarisatie coalitie-akkoorden
Een inventarisatie van de inhoud van de coalitieakkoorden van de 6 grootste Limburgse Gemeenten op het gebied van de “bestrijding” van leegstand is als volgt:

Maastricht
Inzet op nieuwe vormen van stadsontwikkeling met een proactieve aanpak van leegstand en herbestemming.

Heerlen
Gezien de leegstandsproblematiek is het van belang dat er een herstructurering komt van de huidige fysieke winkelvoorraad met een sterke sturing vanuit de gemeentelijke overheid.

Sittard-Geleen
Vanuit terugdringen van leegstand in compacte kernwinkelgebieden stimuleren wij de woonfunctie en zijn wij terughoudend ten aanzien van retailplannen buiten de stads- en wijkwinkelcentra.

Roermond
Wij maken een integrale visie voor de binnenstad, waarbij ook de aanpak van ongewenste randverschijnselen als leegstand van kantoren, winkels en bedrijfspanden wordt meegenomen.

In leegstaand fabrieksgebouw in Roermond is nu het kantoor van Wonen Limburg gevestigd.

Weert
Om de woningen betaalbaar te houden, met name voor jongeren, dienen de mogelijkheden te worden benut om leegstaand vastgoed (bijvoorbeeld kantoorpanden) om te vormen tot betaalbare huurwoningen.

Venlo
Geen opmerkingen over vastgoed/leegstand (!)

Gemeenten geen voortrekkersrol
Helaas, op basis van de inventarisatie van de coalitieakkoorden ziet het er niet naar uit dat de gemeenten actief de gewenste en noodzakelijke regierol gaan oppakken bij de herbestemming van gebieden en de transformatie van gebouwen.

Visie en rol provincie
Met als titel “Voor de kwaliteit van Limburg” is in mei j.l. door de Provincie het “Ontwerp POL2014” in de inspraak gebracht.
Met betrekking tot vastgoed is hierin ondermeer het volgende opgenomen: Woningen, bedrijventerreinen, kantoren en winkels hebben we in Limburg genoeg, in toenemende
 mate zelfs te veel. De uitdaging is om een omslag te maken “van kwantiteit naar kwaliteit” en meer schaarste te creëren.

De sleutel ligt in dynamisch voorraadbeheer.
Dynamisch voorraadbeheer is een (overheids)interventie bedoeld om in de huidige situatie van falende marktwerking de markt te prikkelen om kwaliteit te realiseren. Essentie ervan is dat in regionaal verband door gemeenten niet-vrijblijvende afspraken worden gemaakt over noodzakelijke interventies. Onderdeel van de (3 benoemde) interventies vormt de aanpak van bestaande leegstand.

Daktuin Zuidpark in Amsterdam. 
Tijdelijke invulling met stadlandbouw. Via Bouwwereld.

Sense of urgency
Op basis van de inhoud van de coalitieakkoorden van de 6 grootste gemeenten in Limburg en de nog door gemeenten te maken regionale afspraken over noodzakelijke interventies, kan ik niet anders concluderen dan dat bij de  overheden de “sense of urgency” inzake een dringend noodzakelijke herbestemming en transformatie van bestaand vastgoed ontbreekt.
De door Provincie en Gemeenten voorgestelde aanpak duurt m.i. te lang en zal leiden tot een verdergaande verpaupering van binnensteden en wijken.  
Dit kan alleen voorkomen worden indien de gemeenten de gewenste en noodzakelijke regierol op zich gaan nemen.


GEMEENTEBESTUURDERS: NEEM AUB UW VERANTWOORDELIJKHEID!

Wij zien met belangstelling uw reactie tegemoet.


Wim Heuts
algemeen directeur




DON QUICHOT | 01 bouwhistorie

Nieuw in oud
Ingeval ons architectenbureau betrokken is bij Rijksmonumenten om deze een nieuwe bestemming te geven en dus te verbouwen, baseren we ons nieuwe ontwerp op het bouwhistorisch rapport. Dit bouwhistorisch rapport wordt opgesteld door een bouwhistoricus. Diegene die de laagste offerte heeft gemaakt wordt vaak het werk gegund.

Dit bouwhistorisch rapport is zo belangrijk dat het als  ‘wet’ gezien wordt voor opdrachtgever en voor de gemeente en wordt dus de basis voor het beoordelen van een plan en voor het nieuwe ontwerp.


Bouwhistorisch rapport is leading
Als bouwkundig tekenaar én als monument geëngageerde, moet ik helaas vaak constateren dat deze rapporten niet kloppen. Uit eigen ervaring een voorbeeld: een trap moet behouden blijven, want volgens het rapport is deze uit 1850 afkomstig. Wij hebben onze twijfels en vragen een second opinion. Deze deskundige bevestigt onze bevindingen; de trap is uit 1960 en dus van hele andere waarde.

Een ander voorbeeld is dat er drie deuren aanwezig zijn in achtereenvolgende ruimten en dus ook een aantal muren. Allen identiek maar twee ervan worden in het bouwhistorisch rapport gekenmerkt als waardevol en de derde als ‘indifferent’? Dit kan toch niet kloppen?


Ongezien moois
Ook zie ik tijdens een rondgang door het pand, andere historisch waardevolle elementen die in het rapport totaal niet omschreven worden en waarvan ik zeker weet dat ze behouden moeten blijven.
Als betrokken professional voel ik mij verplicht om niet klakkeloos het bouwhistorisch rapport, de ‘wet’ te volgen. Er mag niet nog meer waardevol materiaal verloren gaan.

Hoe kunnen we dit verbeteren?
Zoals zo vaak; prijs mag niet alleen leidend zijn in de keuze van partners in een bouwproces.

Monumenten verdienen een kwalitatief deskundige bouwhistoricus. Het bouwhistorisch rapport moet bovendien als basisrapport gehanteerd worden, maar niet als ‘wet’. Niemand mag zich hierachter verschuilen.

De betrokken partners hebben ook kennis en competentie in huis om het bouwhistorisch rapport aan te vullen en te verbeteren. Dit geldt zowel voor het betrokken architectenbureau als de gemeente en de Rijksdienst Cultureel Erfgoed. Allen kunnen hun steentje bijdragen en hun verantwoordelijkheid nemen.

Onze monumenten zijn het waard!

Zoals de titel al suggereert; wordt vervolgd.


Angelina Valleau
Bouwkundig tekenaar 





Eeuwige verliefdheid

Neem 20 mensen uit de vastgoedwereld met een verschillende achtergrond. Praat met een architect, een bankier, beleidsmaker en een eigenaar. En zo nog 16 anderen. Een ding hebben ze gemeen: ze zijn allemaal op de een of andere manier betrokken bij herbestemming. Dat geeft 20 verschillende verhalen maar steeds is er één duidelijke boodschap die overal klinkt: herbestemmen begint met houden van. Verliefd worden op een gebouw, zijn charmes en karakter. Het overkwam hun.

Tweet met groot effect


Voor het maken van mijn scriptie mocht ik met die 20 mensen in gesprek gaan. Toegegeven: ik zag hier enorm tegenop. Want, wie gaat nu een half uur tot een uur vrijmaken voor “weer zo’n interview van een student”? “Onze stagiaire Milly van Oers heeft uw hulp nodig bij het afstuderen. Helpt u haar? #herbestemming @zuyd".  Een tweet met minder dan 140 tekens. Maar de belangstelling was overweldigend. Benaderde partijen reageerden enthousiast. En ineens had ik 20 mensen die hun ervaringen en bijzondere verhalen met mij wilden delen.


Het moet anders
Ik geloof dat de bereidheid van al deze mensen aantoont dat herbestemmen belangrijker is dan ooit. Het in stand houden van monumentaal erfgoed gaat ons allemaal aan. En iedereen merkt dat het huidige systeem niet meer werkt. 

Verhalen over de rol van een gemeente die druk bezig is met het inspelen op deze grote veranderingen, het verhaal van een stel dat verliefd werd op een boerderij en daar hun droom realiseerden maar ook over de andere kant van herbestemming. 

De financiering en de veranderende rol van banken en het Nationaal Restauratiefonds. Ik mocht in de keuken kijken van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, het Nationaal Programma Herbestemming, adviesbureaus, projectontwikkelaars en architectenbureaus. 



Scoren
De oprechtheid van ieder verhaal is inspirerend. Ik ben ervan overtuigd dat, wanneer de scriptie klaar is, deze passie daarin terugkomt en iedere lezer op eigen wijze inspireert om net die extra stap te zetten, dat risico te nemen. De bal ligt bij ons. Het doel is het in stand houden van erfgoed. Hoe je scoort – in de kruising of links achter – is aan jezelf.






Milly van Oers
Studente Building Environment Zuyd Hogeschool

BIM: shit in is shit out

Zoals bekend zijn wij als organisatie actief bezig met BIM (*). Doordat al onze tekenaars en projectleiders zijn omgeschoold naar Revit en wij alle nieuwe projecten standaard in BIM (dus in 3D) uitwerken, denk ik dat wij ons inmiddels een volwaardig BIM-bureau mogen noemen. 

Voor de geïnteresseerden: filmpje van 3 min "What is BIM"



Afhankelijk
Echter, wij kunnen pas echt “bimmen” als alle ketenpartners met ons samenwerken aan het creëren van een volwaardig BIM-model. Wij realiseren ons daarom des te meer dat wij afhankelijk zijn van onze ontwerpteampartners. Dat was de reden waarom ik graag in ging op de uitnodiging om, samen met Smeets Bouw, een presentatie te houden voor de LIS, de Limburgse Installatie Sociëteit, onder het motto “BIM, en hoe nu verder”.

Harde teleurstellende cijfers
Ter voorbereiding op deze presentatie heb ik mij afgevraagd hoe kijken installateurs aan tegen BIM. Het onderzoek van USP Marketing Consultancy gaf mij de antwoorden.
Een paar feiten:
Iedereen haalt zijn informatie uit BIM
• 9% van de installateurs werkt aan één of meer projecten met BIM
• 84% W-installateurs en 70% E-installateurs heeft nooit gehoord van BIM (!)
• 32% (middel)grote installatiebedrijven heeft praktijkervaring met BIM

Mis de boot niet
Dat was voor mij even schrikken. Ik, werkzaam bij een ervaren BIM-organisatie, was mij hiervan dus niet bewust. 
In de praktijk merk ik wel dat de installatiebranche achter ligt met BIM, maar in deze omvang had ik niet verwacht. 
Realiseer mij des te meer dan het niet veel zin heeft om als architectenbureau voor de troepen uit te lopen, als de overige partners (nog) niet meekunnen. Tijdens de LIS-presentatie heb ik dan ook een oproep gedaan aan de installateurs om de draad op te pakken voordat zij de boot te missen.

Geen BIM, geen deelname
Opdrachtgevers zien gelukkig steeds vaker de meerwaarde van BIM. 
Onlangs ben ik betrokken geweest bij een selectie van installateurs voor een middelgroot zorgproject waarbij de opdrachtgever als absolute voorwaarde heeft gesteld dat de alle betrokken partijen ervaring moeten hebben met BIM. Geen BIM, geen deelname. Een harde eis, maar een duidelijk signaal.

Generale repetitie
Gelukkig werken wij met een deel van die 9% van de installateurs en installatie-adviseurs die wel met BIM werken. Dit levert mooie resultaten op. Zowel qua faalkostenreductie als qua samenwerking. Door het houden van BIM-sessies in plaats van ontwerpteambesprekingen zijn wij het gebouw virtueel aan het bouwen. Zie het als try-outs met uiteindelijk de generale repetitie voor aannemers en installateurs. BIM heeft dus grote voordelen voor de uitvoerende partijen.

Vorige week was ik bij de BIM-inspiratiesessie van Klictet, installatieadviseur. Zij lieten samen met Icop zien hoe je het programma van eisen kan koppelen aan een BIM-model. Daarnaast is een extra toegevoegde waarde voor de installatiebranche de gebouwsimulatie en het verbeteren van beheer en onderhoud. 

Shit IN = Shit OUT
Inmiddels zijn er mooie programma’s op de markt die de koppeling met het Revit model kunnen bewerkstelligen teneinde de nodige informatie uit het model te genereren (denk aan Archibus, Briefbuilder, BIM-connect). Het is daarbij wel van groot belang om de informatie er ook op een goede manier in te stoppen. Want, zoals Ramon Smeets, BIM-manager bij Smeets bouw, tijdens de LIS-presentatie terecht verkondigde: Shit IN = Shit OUT.  

Kortom het optimaal benutten van het BIM-model hangt samen met de zorgvuldigheid en accuraatheid waarmee de BIM-modelleur het model vult. Daar is ervaring voor nodig. Die ervaring kost tijd. 
Daarom via deze weg, nogmaals de oproep aan alle installateurs en installatieadviseurs om te gaan bimmen! Wij hebben jullie nodig om BIM naar een hoger level te brengen.

Interesse in een kennissessie?
Wij maken er graag tijd voor vrij. 
Een mailtje naar msimonis@satijnplus.nl is voldoende.


Maarten Simonis
Sr.-projectleider | BIM coördinator

(*) BIM is de oplossing die maakt dat alle relevante informatie gedurende het hele bouwproces wordt opgeslagen, gebruikt en beheerd in een digitaal (3D) gebouwmodel. Alle partijen die bij het bouwproces betrokken zijn werken met dezelfde informatie en zien dus van elkaar wat er gebeurt. 
De informatie is dan ook continu beschikbaar en altijd actueel. 



Greep naar de fles!

Verduurzaming van de bestaande woningvoorraad geniet mijn bijzondere belangstelling. Na 25 jaar ervaring in restaureren, herbestemmen en transformeren van vele gebouwen, waaronder het merendeel rijksmonumenten, ligt nu mijn focus op ál het bestaand vastgoed.

Inspiratie aan de keukentafel
Thuis aan de keukentafel trachten we niet over werk te praten. Onvermijdelijk neem je toch wel eens de week door en infecteer je elkaar onbewust met elkaars vak. Mijn partner is geen wijnhandelaar, maar is onderzoeker, coördinator bij het center of expertise NEBER. 

De wetenschap of de noodzaak van verduurzaming van bestaande gebouwen is daardoor al een tijd latent aanwezig en wordt onbewust al met succes in de praktijk gebracht.

Het WonenLimburgHuis in Roermond was voor ons bureau, met trots het eerste Nearly Zero Energy rijksmonument. Een aantal jaren daarvoor hebben we het Boostenwijkje in Maastricht al van energielabel G naar label A+ opgewaardeerd.

Op basis van deze kennis en ervaring ben ik ervan overtuigd dat wij een belangrijke bijdrage kunnen leveren in deze toekomstige opgave. NEBER ziet ook de noodzaak, maar merkt dat er een kennis tekort is in de markt. 
Om dit tekort te verkleinen heeft NEBER een serie Masterclasses "verduurzaming van de bestaande woningvoorraad" opgezet. In één van deze masterclasses zorg ik voor de programma inhoud.


Arrogantie
Met een redelijke arrogantie meende ik niet te hoeven deelnemen aan de 9 masterclasses. Tot een week van te voren heb ik het weten te negeren. Ik werd echter gestoord door een mateloze onrust en heb me uiteindelijk aangemeld.

Dagvaardiging
De eerste bijeenkomst sloeg in als een bom.
Eerst een rustige geanimeerde start met een aardige introductie op het thema. De tweede helft werd ingevuld door Roger Cox, partner bij Paulussen advocaten. Hij heeft zijn boek gepubliceerd "REVOLUTIE MET RECHT". Daarnaast heeft hij onlangs de Nederlandse staat gedagvaard om haar afwachtende houding ten aanzien van het klimaatprobleem. Na zijn intro ging hij in op de reden en op de inhoud.

Het boek leest als een scherp requisitoir

Ik vond het boeiend, daarna zorgwekkend, het werd beangstigend en een tenslotte bezorgde het een gevoel van hopeloosheid. 
Zo heftig.
Eén gedachte die overbleef: waar staat de fles?

Wij, bewoners op deze aarde, LOPEN ACHTER !
Wie helpt er mee om een kantelpunt te voorkomen? Ik ben bereikbaar!


Harold Janssen
Architect | directielid

PS; de fles heb ik kunnen weerstaan ;-)