Een tijdelijk hotel, voor een tijdelijke vraag

Samen met gerenommeerde partners hebben wij gewerkt aan een visie op ruimtelijke oplossingen voor grootschalige (tijdelijke) evenementen.
Denk daarbij bijvoorbeeld aan de Olympische spelen of voetbal kampioenschappen. Voor zo’n evenement worden enorme investeringen gedaan met de daarbij behorende ruimtelijke impact.


Barcelona 1992
Laten we eens kijken naar de Olympische spelen in Barcelona in 1992. Destijds werd er een hele wijk gebouwd en de relatie tussen de stad en de middellandse zee hersteld door onder andere de ringweg verdiept aan te leggen. Een groot deel van de gerealiseerde wijk werd tijdens de spelen als Olympisch dorp gebruikt en is heden ten dage een woonwijk die voornamelijk uit appartementen bestaat. Andere voorzieningen zoals de stadions zijn nu onderdeel van het voorzieningen aanbod van de stad. Met name de Olympische schoonspring toren heeft een adembenemend uitzicht over de stad daar deze op de heling van de Montjuic is gelegen. De stad heeft zich enorm ontwikkeld.

Flexibiliteit
De vraag die wij ons stellen is of de impact van het alsmaar groeiende Olympische evenement nog wel gedragen kan worden door de faciliterende stad waarbij in ogenschouw genomen dient te worden dat de sociaal maatschappelijke en economische ontwikkelingen juist vragen om flexibiliteit in de gebouwde omgeving.
Wij denken dat de stad het evenement op den duur niet meer kan overleven als er niet op een andere wijze mee omgegaan zal worden. Evenementen zijn tijdelijk en de bovenstedelijke impact zal dan ook met tijdelijke middelen en maatregelen dienen te worden gefaciliteerd.



Duurzaam concept
Zie hier de basis voor de ontwikkeling van een tijdelijk duurzaam hotelconcept.
Uitgangspunt is een levensduur van 15 jaar waarbinnen het hotel 2 maal verplaatst wordt.
De bouwtijd bedraagt circa 4 maanden zodat te elfder uren nog accommodatie aan het voorhanden zijnde areaal kan worden toegevoegd. Hiermee kan als het ware ‘just in time’ worden gereageerd op de vraag uit de markt naar overnachtingsmogelijkheden.
Het hotel wordt gebouwd in wat later de openbare ruimte zal worden. Het verdwijnt immers naar het volgende evenement. Hierdoor is de stedenbouwkundige impact ondergeschikt en kunnen procedures vlot worden doorlopen.




Exploitatie
Vanuit de exploitatie, in relatie tot bijvoorbeeld de Olympische spelen, is de gedachte dat een dergelijk accommodatie in eerste instantie plaats biedt aan bedrijven die zich bezig houden met de organisatie en realisatie van het evenement. Vervolgens maakt een dergelijke accommodatie onderdeel uit van het Olympisch dorp of wordt het toegevoegd aan de hotel- faciliteiten die reeds voorradig zijn in de stad. Tot slot wordt het tijdelijk hotel gebruikt door bedrijven die zich bezighouden met de afwikkeling van het Olympische evenement en de afbouw van de stedelijke context.
Daarna wordt het tijdelijke hotel verplaatst naar het volgende evenement.
Aan het einde van de levensduur, na 15 jaar, worden de separate onderdelen hergebruikt in wellicht een andere samenstelling. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan grote bouwprojecten waar tijdelijke bouwdorpen de benodigde arbeiders onderdak bieden.

Door op dergelijke wijze om te gaan met de ruimtelijke consequentie van een grootschalig evenement wordt het mogelijk juist een positieve bijdrage te leveren aan de ruimtelijke ontwikkeling van de stedelijke omgeving zonder dat daarbij vooraf het grote (stedenbouwkundige) plan helemaal dicht getimmerd wordt. In een snel veranderende samenleving zoals de onze een must!





















Techniek
Maar nu natuurlijk nog de technische uitwerking.
In samenwerking met
De Boer Structures, CUBI furniture en Koninklijke BAM hebben we de competenties samengebracht voor de ontwikkeling, de realisatie en de exploitatie van het tijdelijke hotel. Dit alles onder de noemer van een consortium.
Op hoofdlijnen bestaat het tijdelijke gebouw uit een semipermanente aluminium structuur waarin door middel van flexibele scheidingswanden ruimtes gecreëerd worden. Dit kunnen naast hotelkamers natuurlijk ook de lobby, het restaurant en vergaderruimtes zijn. De indeling kan vrijelijk aangepast worden aan de vraag. Zelfs tijdens de duur van het evenement!
Om van de kleine kamers hotelkamers te maken worden Qubi’s geplaats. Dit zijn kant- en klare technische units, waarin naast technische voorzieningen en het sanitair ook het bed is geïntegreerd. Alle onderdelen, ook de installatie technische, zijn geprefabriceerd waardoor de bouwsnelheid geoptimaliseerd is. Daarnaast faciliteert deze wijze van construeren natuurlijk ook de demontage en hermontage op een nieuwe locatie.


Toekomstproof
Onze berekeningen laten zien dat er een gezond rendement is te maken met dit concept waarbij dus de accommodatie het evenement volgt. Dit smaakt naar meer!

Joop Petit [Architect/Innovator]

Wat is een 'geslaagd' ontwerp?

Als een gerealiseerd bouwproject binnen de zorg door de gebruikers gelabeld wordt met "geslaagd" of zelfs "goed", betekent dit in elk geval dat binnen het realiseringsproces de rol van de architect en zijn daarmee samenhangend adviseurschap op een andere wijze is ingevuld dan vaak te doen gebruikelijk.

De gevraagde creativiteit moet de vooringenomenheid, eigen behoeften, dogma's en fetisjistische prioriteiten van de ontwerper overstijgen. Het openstaan voor wat in de belevingswereld van de gebruikers speelt (cliënt, verzorgenden, specialisten) moet namelijk zwaarwegender zijn dan de veel voorkomende gefocuste opvattingen van veel ontwerpers.

Het zou immers moeten gaan om de "helende" en "stimulerende"werking van de faciliterende gebouwde omgeving. Dit betekent dat je als architect-adviseur jezelf eerst moet verdiepen in de gebruikers met behulp van de zorgspecialisten ten einde te achterhalen waar het voor hen in de gebouwde omgeving om gaat. Dit blijken vaak heel andere aspecten en elementen te betreffen dan hetgeen binnen de ontwerpwereld als bijzonder gekwalificeerd wordt!

Zo bleken in de regel in het oogspringende, afwijkende en bijzondere oplossingen bij architecten grote waardering op te roepen, maar binnen de wereld van de psychogeriatrie daarentegen onrust te veroorzaken.
Het is derhalve evident dat de prioriteit bij het gebruik en de gebruikers moet liggen en niet in een vaak voorkomend gepreconceptioneerde houding van een individueel architect. Diepgang van de architect toont zich wanneer hij de vertaalslag realiseert van de gewenste beleving binnen de gebouwelijke omgeving.

Pilot: Innovatie in de zorg

Dit fenomeen komt sterk naar voren in een pilotproject voor een goede, gewenste huisvesting voor cliënten in zorgcentrum “De Hokseberg” in ’t Harde tussen Zwolle en Apeldoorn. In samenwerking met de TU Delft en de Universiteit Amsterdam wordt een gebouw ontworpen dat een betere geheugenactiviteit, beweging en pijndiagnostiek bij ouderen met dementie kan bewerkstelligen. Dit gebeurt o.a. door middel van een belevingsroute, gedoseerd contact met de wereld ‘buiten’, de juiste lichttoetreding/intensiteit en herkenbare rurale elementen. Onderzoek heeft namelijk aangetoond dat herkenning leidt tot rust en afwijking aanleiding geeft tot onrust. Er is dus alles aan gelegen om bij deze categorie mensen grensverleggende vormentaal, materiaalkeuzen en kleuren te voorkomen.

De uitdaging voor de architect is derhalve gelegen in het creëren van een concept dat beantwoordt aan de primaire vraag: "realiseer een faciliterend gebouw binnen de zorg" .
We moeten die uitdaging oppakken!

Ir. Leo Petit
Specialist “wonen en zorg” in alle vormen

Wandschildering komt tot leven

De restauratie van een bijzondere muurschildering uit 1337 over het leven van de heilige Thomas van Aquino in de Maastrichtse Dominicanenkerk is onlangs door wethouder Gerdo van Grootheest van Maastricht onthuld. Drie jaar lang heeft Restauratie Atelier Limburg gewerkt aan het herstel van de muurschildering in de kerk, waar nu boekhandel Selexyz is gevestigd.

De middeleeuwse schildering is van grote kunsthistorische betekenis. Het gaat om een secco, een techniek waarbij op droge pleister werd geverfd. Deze methode maakt de schildering kwetsbaarder dan het schilderen in nat pleister, een fresco.

In samenwerking met de restaurateurs heeft SATIJNplus een expositie-element ontworpen. Ieder half uur wordt een tekening van ontdekker Victor de Stuers over de muurschildering geprojecteerd, waardoor details zichtbaar worden die eind negentiende eeuw nog zichtbaar waren, maar nu verloren zijn gegaan.
De muurschildering raakte namelijk in de loop van de tijd beschadigd, onder meer omdat de troepen van Napoleon de kerk begin negentiende eeuw als paardenstal gebruikten.




Wij nodigen u graag uit een bezoek te brengen aan de Selexyz Boekhandel in de Dominicanenkerk in het centrum van Maastricht.
Ir. Rob Brouwers [architect]












Feestelijke onthulling.
Foto DDL Loraine Bodewes

Beleggen in vastgoed is niet meer beleggen in stenen

In de jaren voor de huidige vastgoed crisis is de prijs van vastgoed enorm gestegen. Er zijn enorme bedragen verdiend en veel van dat geld is ook weer geconsumeerd en heeft daarmee een bijdrage geleverd aan onze economische ontwikkeling.

Op dit moment is iedereen huiverig als het gaat om investeren in danwel financieren van vastgoed. De markt ligt spreekwoordelijk op z’n gat! Hoe zit dat?

Op de eerste plaats is het goed om te weten dat de marktwaarde oftewel de nominale waarde van vastgoed grofweg bepaald wordt door de onderliggende huuropbrengst, de locatie en de emotionele waarde van de opstal. De intrinsieke waarde van het gebouw bestaat uit materiaal en arbeid, zogezegd de stenen en het zweet. En de ruimte die daarmee gecreëerd is.

Ooit was er een tijd dat de intrinsieke waarde in meer of mindere mate gelijk liep met de nominale waarde.  In de jaren vóór de huidige crisis is de nominale waarde echter substantieel harder gestegen dan de intrinsieke waarde.
Deze ontwikkeling kwam ondermeer voort uit het vertrouwen in de economische groei. Het gebrek aan ruimte. De toename van de arbeidsproductiviteit en andere factoren die het vertrouwen in de exploitatie en dus in de huuropbrengst tot grote hoogte deden opstuwen.
Aan de andere zijde is de kwaliteit van de locaties verslechterd door gebrek aan ruimtelijk beleid en integrale sturing. De kwaliteit van de gebouwen is sterk afgenomen door  bij keuzes voor materiaal en arbeid  te zeer de nadruk gelegd is op het kostenaspect. Weinig ruimte voor stenen, liever goedkoop blik……

Deze twee ontwikkelingen hebben elkaar negatief enorm versterkt. Nu de roze bril in het water is gevallen en langzaam de bedwelmende geur van het grote vastgoed feest vervliegt wordt de realiteit zichtbaar.

Plotseling is er een overschot aan ruimte, denk aan de 7 miljoen m² kantoren in het lage en middensegment die nooit meer in de oorspronkelijke exploitatie zullen terugkeren maar wel voor veel geld zijn aangekocht.
Denk aan leegkomende woningen die voor zover privé eigendom geen pensioen zullen opleveren voor de vertrekkende ouderen.
Denk aan bedrijventerreinen die vol staan met verouderde blikken dozen die nooit meer bedrijvigheid zullen faciliteren.

Al deze gebouwen zijn monofunctioneel en vaak inferieur als het gaat om intrinsieke kwaliteit. Dit staat haaks op de almaar sneller ontwikkelende wereld der exploitaties die vraagt om flexibele gebouwen die toekomstige (onbekende ) functies faciliteren.

De huiver om te investeren in vastgoed zit hem nu juist daar. Er is sprake van weinig gebouwen met intrinsieke waarde en er is geen vertrouwen, en terecht, dat de exploitaties van de toekomst gefaciliteerd kunnen worden door de bestaande voorraad.

Om pensioenfondsen te verleiden hun beleggingen in vastgoed te doen toenemen zijn een aantal zaken van belang.
Gebouwen dienen hun exploitatie optimaal te regarderen. Door bijvoorbeeld gebouwen te verduurzamen kan enerzijds de emotionele waarde toenemen en anderzijds de variabele lasten in de vorm van gas en elektra dalen.
Door voorraad uit de markt te nemen ontstaat enerzijds schaarste waardoor de waardevastheid van overlevend vastgoed stabieler wordt en anderzijds ruimte voor andere functies die de gemeenschap van de toekomst vraagt.
Gebouwen dienen flexibel te zijn als het gaat om inrichting en installatie. Deze beide inrichtingselementen zijn nauw verbonden met de exploitatie en dus de huurwaarde. Gezien de almaar korter wordende levenscycli van bedrijven moet dit uitgangspunt zijn en niet bijzaak.

Visie en beleid zijn noodzakelijk om te komen tot een fundamentele herstructurering van de vastgoedsector.
De eerste stap moet zijn een inventarisatie van emotioneel waardevol vastgoed dat in staat is om een substantiële bijdrage te leveren aan exploitaties van de toekomst.
Vervolgens dienen de afvallers uit de markt genomen te worden.
Tot slot kan er vervangingsvastgoed ontwikkeld en geplaatst worden om de integrale structuur van de gemeenschap te versterken.

Ir. Joop Petit [Architect/Innovator]

Emotionele waarde een groot goed

De hypotheekmarkt is in elkaar gedonderd; en niet eens zozeer doordat de hypotheeknemers de lasten niet meer kunnen dragen. De onderliggende vastgoedwaarde is cruciaal gebleken. Op woningen zonder waarde, vergelijkbaar met peperkoekhuisjes, oftewel luchtkastelen zijn hypotheken gevestigd. Nu de mensen de lasten niet meer kunnen dragen, blijken de onderpanden waardeloos te zijn.

Waarde
De waarde van een gebouw bestaat voor mij uit drie delen: de emotionele waarde, de gebruikswaarde en de technische waarde. Hierbij is de emotionele waarde verbonden aan het casco en de gevels, waarbij het dak als vijfde gevel wordt gezien.
De gebruikswaarde hangt samen met het inbouwpakket en de daarvoor bestemde inwendige ruimte. De technische waarde hangt samen met de bouwtechniek en het vermogen van het gebouw om techniek te faciliteren.

Momenteel wordt de investering met name bepaald door het programma van eisen met betrekking tot het gebruik en de bijbehorende technische specificaties. Emotie wordt daarbij als het noodzakelijke kunstje van de architect gezien; terwijl juist hiermee het begin van het verschil wordt gemaakt. De uitvoering is natuurlijk de volgende stap. Vakmanschap en bouwtechniek zijn onlosmakelijk verbonden aan emotionele kwaliteit.

Monumenten
De emotionele waarde is de enige waarde die in de loop van de tijd kan stijgen! Dit in tegenstelling tot de gebruiks- en technische waarde, die dalen enkel en kunnen zelfs negatief worden.
Denk daarbij bijvoorbeeld aan monumenten, gebouwen waarvan wij als samenleving met elkaar hebben afgesproken ze nooit meer te slopen: deze gebouwen kennen voor wat hun casco en gevels betreft geen afschrijving.
Zouden de onderpanden van de Amerikaanse hypotheeknemers louter uit monumenten bestaan, dan was de huidige crisis er nooit gekomen.

Woningcorporaties
In Nederland hebben met name de woningcorporaties een belangrijke opgave. Indien de afschrijvingstermijn van vijftig jaar niet wordt gehaald, zadelen wij onze kinderen op met een natte Nederlandse droom! Het rendement wordt niet alleen door geld bepaald, maar met name door kwaliteit gedurende de levensfase. En dat duurt bij monumenten het langst! De reden waarom onze corporaties er redelijk voor staan, is alleen te danken aan het feit dat zij afgeschreven vastgoed met marktwaarde in portefeuille hebben. Zeg maar gerust met emotionele waarde. Momenteel wordt er veel te gemakkelijk gesloopt en veel te weinig kwalitatief hoogwaardig en duurzaam vastgoed teruggebouwd.

Daarom mijn devies: investeer in emotionele waarde van gebouwen, laat het vakmanschap zegevieren en draag daarmee bij aan de sociale cohesie van onze maatschappij, Nu en in de toekomst.


Joop Petit [Architect/Innovator]


Krimp in Limburg

De krimp slaat in Limburg keihard toe. Hoe om te gaan met dit voor onze generatie onbekende fenomeen?
Gesteld kan worden dat Limburg een conglomeraat van dorpen is dat centraal ligt in een Euregio met een substantiële bevolkingsdichtheid. Zoals overal in de volwassen wordende moderne economieën trekt ook in deze regio de werkzoekende naar de stad, waar zich de werkgelegenheid bevindt.
In vroeger tijden waren de Belgische en Duitse steden dichtbij en was er sprake van een evenwicht. Door de toevoeging van Maastricht aan de Nederlanden in 1840 en het ontstaan van de grenzen zijn deze natuurlijke verbindingen, die zich met name in oost-west richting voordeden, langzaam verdwenen.
Aangemoedigd door het gegroeide zelfvertrouwen ten tijde van de mijnbouw en de infrastructurele ontwikkelingen in noord-zuid richting werd kunstmatig vormgegeven aan de ontwikkeling in ruimtelijke, sociale en culturele zin op basis van toen geldende inzichten. De moederkoek stilzwijgend achterlatend…

Na het sluiten van de mijnen wordt kunstmatig getracht de regio nieuw leven in te blazen. Met wisselend succes. Limburg wordt wakker, opent de ogen en blijkt aan het almaar leger rakende infuus van Den Haag te liggen.

Visie
Op lokaal niveau stellen we het sociaal economische gemeenschapsleven boven het gedroomde ruimtelijke beeld. Laat de dorpen en wijken op eigen kracht transformeren naar vitale plekken waar de gemeenschap vanuit de ruimtelijk context wordt gefaciliteerd.
Vergroot bijvoorbeeld woningoppervlakten door samenvoeging van eenheden in plaats van door sloop en nieuwbouw. Probeer emotioneel waardevol erfgoed te behouden en als uitgangspunt te nemen voor nieuwe ruimtelijke structuren.

Op regionaal en landelijk niveau versterken we de economische structuur door de nadruk te leggen op de thema’s verblijven, ontwikkelen en cultureren.
In dit verband spelen de ruimtelijke kwaliteit, de aanwezigheid van kennis- en onderzoeksinstituten en de ontwikkelende vrijetijdsindustrie en cultuurindustrie een cruciale rol.

Verbind tot slot op internationaal niveau de prachtige verblijfsomgeving van Limburg met de werkgelegenheid in de steden in de Eurregio zoals Aken, Luik, Keulen, Hasselt en zelfs Brussel, Antwerpen en Dusseldorf.

Joop Petit [Architect/Innovator]

Ketenintegratie en faalkostenoptimalisatie

Er wordt veel gesproken over ketenintegratie. Praktijkvoorbeelden wijzen uit dat enige vorm van ketenintegratie al positieve gevolgen heeft voor projecten.
We zien echter ook vele voorbeelden van gesuggereerde ketenintegratie. Niet alles is wat het lijkt. Succesvolle ketenintegratie heeft meerdere vaders. Denk aan respect voor elkanders kennis, kunde en positie. Heldere demarcaties en verantwoordelijkheden. Openstaan voor elkanders visie en ideeën.


Maar natuurlijk ook het formuleren en onderschrijven van het gemeenschappelijke doel. Ten aanzien van dit laatste heerst veel onduidelijkheid. 
Opdrachtgevers dienen niet alleen te selecteren op prijs maar vooral op kwaliteit. Dat is natuurlijk een probleem want de prijs is zelfs voor de contractering op tafel te krijgen terwijl de kwaliteit dan nog moet blijken. Soms blijkt zelfs pas na jaren dat er een kat in de zak zat…
De enige manier om hier wat aan te doen is de prijs afhankelijk te maken van de kwaliteit. En dat kan! Door de wedde afhankelijk te stellen van een nader te definiëren exploitatieresultaat wordt de aanbieder uitgedaagd om de kwaliteit die hij moet leveren te optimaliseren, waarmee ook zijn wedde geoptimaliseerd wordt.
Voor de opdrachtgever betekent dit dat het risico op een wanprestatie afneemt daar er niet voorgeïnvesteerd hoeft te worden in kwaliteitsverwachting.

Een praktisch concept kan bijvoorbeeld zijn dat er een projectentiteit wordt ingericht waarbij naar rato een verdeelsleutel in de eigenaarpositie wordt vastgesteld.
Het uiteindelijke resultaat in deze entiteit wordt naar rato verdeeld over de partijen. Hierdoor ontstaat er een gemeenschappelijk doel: het project.


Alle patijen moeten samen aan het geïntegreerde eindresultaat werken en worden als zodanig beloond.

Ketenintegratie en faalkostenoptimalisatie in optima forma wat mij betreft!


Joop Petit [Architect/Innovator]